Een nieuw begin – MAN MAN column 1

Gepubliceerd op www.man-man.nl op 2 juni 2016.

76. Zoveel wimpers omcirkelen haar reebruine ogen. Ze vormen een omheining voor haar meest waardevolle bezit. De ogen van een vrouw kunnen simpelweg niet liegen dus moeten zorgvuldig worden beschermd. Als een volmaakt Jamie Oliver gerecht wordt de kastanjebruine mélange afgetoefd met een vleugje groen dat mij laat dagdromen over de uitgestrekte grasvelden van Toscane. Ik zie haar al liggen, midden in het veld. Wachtend op mij. Enkel gehuld in de gouden gloed van de zon. De perfectie van vruchtbaarheid. Terwijl de wind zachtjes door de grastoppen glijdt, sereneert Andrea Bocelli iets romantisch op de achtergrond. Dit is de plek waar ik haar transformeer van een ontembaar veulentje tot de mammacita van mijn bambina. ‘Waar Andrea bij is?’ hoor ik je denken. No worries, Andrea is blinder dan Stevie Wonder bij een aflevering van ‘Daten in het donker’. Zijn er trouwens gradaties in blind zijn? Ik dwaal af.

Als ze knippert met haar ogen stort ik wreed terug op aarde.
‘En? Weet je al wat je gaat nemen?’ vraagt ze met een vragende frons.
‘Pasta!’ roep ik iets te enthiousiast, waardoor de vrouw aan het tafeltje naast ons uit schrik pardoes haar vork laat vallen. Ik lach en zwaai terwijl ik de boze blikken uit het chique establishment probeer te ontwijken. Dit is geen goed begin van een eerste date. Tenminste, onze eerste fatsoenlijke date na afgelopen weekend in beschonken toestand elkaar warm te hebben gehouden onder de dekens. Wacht, laat ik het even uitleggen.

Ik was op zoek naar een nieuw begin en zij naar een medicijn tegen de eenzaamheid. In één van de Jordaan zijn vele kroegjes hing ik over de bar om de zoveelste liquide versnapering te bestellen. Een onmogelijke opgave aangezien de mannelijke bediening alleen maar oog heeft voor klanten met cup C of groter.

‘Zal ik voor je bestellen?’ vroeg een meisje met grote ogen naast mij uiteindelijk. Ze straalde een dorst uit die geen enkele man kon lessen.
‘Wat lief,’ antwoordde ik oprecht en enigzins naïef.
Slechts momenten later roerde ze met haar tong door mijn keel alsof ze op zoek was naar een verloren erfstuk. Blijkbaar heeft iedereen bijbedoelingen.
‘Wat zoen je fijn,’ schreeuwde ze naar mijn blauw aanlopende gezicht toen ze eindelijk een pauze inlaste.

De aroma’s uit haar gehemelte lieten mening tic-tacje op de vlucht slaan. Ik veegde de tranen van mijn wangen en probeerde de batterij uit de alarmerende rookmelder in mijn hoofd te peuteren. ‘Sorry, ik ga even roken,’ zei ik toen ik op adem was gekomen.

‘Ok, ik loop met je mee,’ antwoordde ze met een nu al irritante vrolijkheid.
‘Shit, ik ben mijn sigaretten vergeten.’
‘Je mag er wel een van mij lenen HOOR,’
Met gesloten handen bad ik dat ze geen woorden met de letter H meer zou uitspreken.
‘Bij nader inzien probeer ik te stoppen. Ga jij maar, ik zie je zo’ loog ik.
‘Maar, je zei net dat je naar buiten ging om te roken?
‘Noem je mij nou een leugenaar? Sorry, maar dit gaat niet werken als we elkaar niet kunnen vertrouwen. Ik wens je nog een fijne avond.’

Zonder haar reactie af te wachten beende ik met een mix van schaamte en trots op mijn meest recente acteerprestatie richting de uitgang. Het meisje verbijsterd achterlatend.

Buiten was de frisse lucht verhelderend. Met gesloten ogen ademde ik langzaam de duisternis in en uit.
‘Zware avond?’ sprak een silhouette enkele meters bij mij vandaan. Ik keek opzij en ga mijn mond over aan de zwaartekracht. Daar stond ze. Mijn future babymamma. Ik wist het zeker. Met de ogen van een damhertje bleef ze mij nieuwsgierig aanstaren. Ik verzamelde met stoffer en blik de moed om tegen haar te praten. ‘Mijn mond is net op brute wijze aangerand door een meisje met de adem van een Duitse herder maar eigenlijk is elke avond een zware avond,’ antwoordde ik uiteindelijk met mijn meest charmante glimlach.
‘Cheers to that,’ antwoordde ze met een brede grijns. Ik wilde duiken in de kuiltjes van haar wangen om er voor eeuwig baantjes in blijven trekken. Ze hief haar volle glas richting de halfvolle maan.
‘Dat morgen alles anders mag zijn, maar vanavond nog even niet.’

Wat hierna gebeurde is één grote blur. Het enige wat ik nog zeker weet is dat haar glimlach mij betoverde en zij mij rond elke vinger of ledemaat kon wikkelen. De volgende ochtend werd ik wakker in een vreemd bed met haar hoofd op mijn borst. Ik luisterde naar haar ademhaling terwijl mijn hersenen de avond bij elkaar probeerde te puzzelen. Dankzij mijn korte aandacht span en zeurende blaas staakte ik vrijwel meteen mijn pogingen en probeerde zo onopvallend mogelijk het bed uit te glijden. Met mijn knieën dicht tegen elkaar gedrukt speurde ik in het ochtendlicht van de wakker wordende stad de slaapkamer af naar mijn boxershort. Ik wilde hem bijna als vermist opgeven toen er een felle pijn in mijn rechtervoet schoot. Na een tirade van originele scheldwoorden, zat zij rechtop in bed en plukte ik een vlijmscherp Lego-blokje onder mijn voet vandaan.

‘Goedemorgen Gilles de la Tourette.’
‘Niet grappig, kijk, ik bloed bijna!’ zei ik aangedaan waarna ik haar mijn pijnlijke voet presenteerde.
‘Ik zie het, die moet geamputeerd worden.’
‘Hoezo heb jij boobytraps in de vorm van strategisch geplaatste Lego blokjes in je slaapkamer verstopt?’
‘Dat bestrijdt wegsluipende one night stands. Heb ik blijkbaar nogal last van.’
‘Ik probeerde niet weg te sluipen, ik moest naar de w.c.’
Ze keek bedenkelijk. ‘De Lego blokjes zijn van Dylan, hij laat ze altijd overal slingeren,’ zei ze uiteindelijk.
‘Dylan? Je hebt mij nooit verteld je een vriend hebt!’ riep ik verbijsterd.
‘En waarom speelt hij nog met Lego! Ik bedoel, Playmobil begrijp ik, dat is gewoon supertof maar Lego?’
‘Dylan is mijn zoontje.’ sprak ze op een kalmerende manier.
‘Oh.’
‘Ja.’
‘Dat is inderdaad wat logischer dan een kinderachtige vriend.’
‘Ben je geschrokken? Je ziet nogal pips.’
‘Nee nee, ik ben ok. Gewoon een beetje verbaasd. Lichtelijk misselijk dat wel.’
‘Je kunt gaan hoor. Ik zal het je niet kwalijk nemen.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Dit is het moment dat elke man een sprintje trekt naar de voordeur. Zodra ze erachter komen dat ik moeder ben trekken ze witter weg dan Casper het Spookje.’
‘Misschien ben ik niet zoals anderen mannen,’ zei ik enigzins beledigd.
‘Je bedoelt dat je wilt blijven?’
‘Ik bedoel, laten we het goed doen. Beginnen bij het begin. Jij en ik. Vanavond. Een echte date.’

Dus nu zit ik hier. Tegenover haar in een pitoresk Italiaans restaurantje. Hangend aan haar lippen, verdrinkend in haar ogen, trillend van de zenuwen. Doodsbang omdat ik helemaal niets van kinderen weet. Ik weet niets van kinderen. Behalve dat zij wel in een ballenbak mogen maar ik niet. Niemand weet waar dit gaat eindigen maar iedereen verdient een kans. Toch?

You may also like...